Kernconcepten en cognitief toptalent
Looptijd 2010 - 2011
Hoe kan het werken met kernconcepten bijdragen aan optimale prestaties van cognitief toptalent? Hoe gaan scholen die werken met kernconcepten om met cognitief toptalent, vanuit de kennis over de onderwijsbehoeften van deze groep? Hoe stellen ze doelen? Hoe creëren ze een leeromgeving die optimale prestaties van cognitief toptalent stimuleert en daarmee onderpresteren voorkomt?
Er is in Nederland sprake van onderbenutting van cognitief (hoog)begaafde leerlingen. Wat kan het primair onderwijs in de reguliere setting doen om dit te voorkomen? Welke specifieke doelen moet het stellen, welke leeromgeving creëren? Deze kennis kan van nut zijn voor scholen die meer aandacht willen besteden aan de ontplooiing van cognitief toptalent.
Kernconcepten bieden een leerdoelenkader en een methodiek waarmee leraren een uitdagende leeromgeving kunnen creëren voor zowel meer- als aan minderbegaafde leerlingen. De vraag is: kan het werken met kernconcepten de prestaties van (hoog)begaafde leerlingen verdieping geven? Het onderzoek kijkt zowel naar leerdoelen, leeromgeving als leraargedrag.
In 2010 vindt oriënterend, kwalitatief onderzoek plaats in drie stappen.
1 Onderzoek naar de onderwijsbehoeften van cognitief (hoog)begaafde leerlingen.
2 Onderzoek naar de aansluiting van kernconceptmaterialen en -werkwijze op de onderwijsbehoeften van (hoog)begaafde leerlingen, gedurende een dagdeel per week in een plusgroep voor hoogbegaafde leerlingen.
3 Onderzoek op vier scholen die in een reguliere setting werken met kernconcepten, met als vraag: sluiten kernconcepten aan op de onderwijsbehoeften van (hoog)begaafde leerlingen in de groepen 6, 7 en 8?
Samenwerking vindt plaats met scholen voor primair onderwijs (inclusief plusklas), met adviseurs en met wetenschappers met relevante expertise.
